Eén op vier Belgische ondernemingen maakt gebruik van leasing

29/02/2012

Belgische ondernemers kiezen voor leasing(1) wegens de vlotte beschikbaarheid van deze financieringsvorm. Dat blijkt uit een studie die professor Cynthia Van Hulle van de Vlerick Leuven Gent Management School heeft uitgevoerd op vraag van de Belgische Leasing Vereniging (hierna BLV). In het onderzoek, dat bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief gedeelte, wordt er gepeild naar het belang van leasing als financieringsvorm, het profiel van de leasingnemer en de redenen die een ondernemer ertoe aanzetten om voor leasing te kiezen.

Hoofdzakelijk rendabele bedrijven met groeivooruitzichten, die behoefte hebben aan externe middelen om hun investeringen te financieren, doen een beroep op leasing als financieringsvorm, naast het traditionele bankkrediet. Dit blijkt uit de kwantitatieve analyse van de studie.

Daarnaast toont het kwalitatieve luik van de studie aan dat één op vier Belgische ondernemingen gebruik maakt van financiële(2) en/of operationele(3) leasing.

Bovendien blijkt dat de flexibiliteit, en niet fiscale of boekhoudkundige aspecten, de voornaamste beweegreden is voor Belgische ondernemers om te kiezen voor leasing als een vorm van financiering. Voor ondernemingen zijn de belangrijkste kenmerken van leasing:

  • de 100 % financiering van de activa.
  • de flexibiliteit van het contract. Zo bestaat er onder meer een mogelijkheid tot  overdracht van de activa en verlenging van het contract.
  • de transparantie van de afbetalingen.
  • de gemakkelijke toegankelijkheid.

Het spreekt voor zich dat leasing in de toekomst nog meer uit de verf kan komen als waardevol alternatief voor bancaire kredietverlening.

De strakkere regelgeving die wordt opgelegd aan de banken (onder meer Basel III en CRD IV), zou inderdaad een weerslag kunnen hebben op de bancaire kredietverlening. Zo zou het kunnen dat bijkomende garanties worden gevraagd. Voor sommige bedrijven - en in het bijzonder voor groeibedrijven - kunnen die bijkomende vereisten een ernstig struikelblok vormen. Ook zou het kunnen dat ondernemingen in deze onzekere tijden geconfronteerd worden met onverwachte liquiditeitsbehoeften. Ook in dat geval kan de flexibiliteit van leasing een oplossing bieden.

 

Background over de studie

Het kwantitatieve gedeelte is gebaseerd op de analyse van de jaarrekeningen van 127.591 Belgische bedrijven over de periode 2007-2010. Aangezien ondernemingen enkel financiële leasing dienen op te nemen in hun jaarrekeningen, heeft dit gedeelte van de studie uitsluitend betrekking op die leasingvorm. In dit kwantitatieve gedeelte wordt onderzocht wat de kenmerken zijn van ondernemingen die gebruik maken van financiële leasing.

De kwalitatieve studie is gebaseerd op 72 ingevulde vragenlijsten die het resultaat waren van persoonlijke of telefonische interviews en van elektronische mailings. Met de bevraging werd nagegaan of een onderneming gebruik maakt van financiële en/of operationele leasing en om welke redenen ze dat al dan niet doet.

 

Background over leasing

Sinds leasing een 50-tal jaar geleden werd geïntroduceerd op de Belgische markt, is het een courante financieringsvorm geworden voor ondernemingen.

Het uitstaand volume roerende en onroerende leasing bedroeg bij de leden van de BLV 12 miljard EUR einde 2010, waarvan 67 % roerende leasing en 33 % onroerende leasing.

De nieuwe leasingproductie bedraagt jaarlijks een kleine 5 miljard EUR. De penetratiegraad, d.i. de verhouding tussen de totale leasingproductie bij de BLV-leden en de bruto-investeringen in vaste activa van de ondernemingen, schommelt rond 10%.



(1) Definitie van leasing. Bij een leasingovereenkomst krijgt de huurder (lessee) het recht om gebruik te maken van een goed gedurende een bepaalde periode op voorwaarde van een aantal betalingen. De verhuurder (lessor) blijft de juridische eigenaar van het goed gedurende de looptijd van de overeenkomst. Na afloop van de leasingtermijn kan de leasingnemer al dan niet eigenaar worden van het goed. Overeenkomsten waarbij de juridische eigendom van de goederen onmiddellijk naar de cliënt gaat bij de aanvang van de overeenkomst, worden niet als leasingovereenkomsten beschouwd.

(2) Definitie van financiële leasing. Degene die de financiering aanbiedt (lessor) blijft altijd de juridische eigenaar van het goed zolang de leasingovereenkomst loopt, maar in de praktijk maakt de cliënt gebruik van het goed alsof hij eigenaar ervan was, m.a.w. alsof hij de risico’s draagt en de vruchten plukt die aan de eigendom van het goed zijn verbonden.

(3) Definitie van operationele leasing. Andere voorbeelden van leasingovereenkomsten zijn contracten voor ‘operationele leasing’ waarbij het niet de cliënt is die de risico’s draagt en de vruchten plukt. In vergelijking met financiële leasing gaat het bij operationele leasing om een termijn die korter is dan de periode waarin het goed economisch bruikbaar is. Er is geen mogelijkheid om het goed te kopen bij het verstrijken van de verhuringstermijn en als die mogelijkheid toch bestaat, dan ligt het bedrag hoger dan bij een overeenkomst voor financiële leasing. In tegenstelling tot financiële leasing, hebben overeenkomsten voor operationele leasing vaker betrekking op diensten die verband houden met het gebruik van het goed, zoals bijvoorbeeld verzekering, onderhoud, vervanging, enz.

 

Meer over: