Hoe kan het financiële systeem bijdragen aan een duurzame economie?

17/10/2017

Het financiële systeem in zijn geheel heeft onmiskenbaar een invloed op de duurzaamheid van de Europese economie. Die duurzaamheid heeft drie hoofdkenmerken die onderling samenhangen: het milieuaspect, het sociaal aspect en het economisch aspect.

In haar rapport "Towards a green finance framework" focust de EBF voornamelijk op de milieupijler. Ze schetst de materie waarin banken een rol vervullen en beschrijft hoe banken duurzame economische groei nog meer kunnen ondersteunen.

Hiervoor is nagegaan welke activiteiten banken uitvoeren op het vlak van ‘milieu’ en ‘klimaatverandering’. Ook de omgeving waarbinnen ze evolueren is onderzocht. Tot slot focust het rapport op de elementen die banken afremmen in hun ecologisch engagement.

De EBF heeft in dit verband enkele voorstellen uitgeschreven die bedoeld zijn om enerzijds die belemmeringen weg te nemen en anderzijds een aangepast regelgevings- en toezichtkader uit te werken.

Dit zijn de aanbevelingen van EBF betreffende green finance:

  • De EU-ontwikkelingen op lange termijn op het gebied van duurzame financiering afstemmen op politieke doelstellingen, duidelijkheid en zekerheid van beleid en regelgeving en een passende industriële strategie.
  • Een gemeenschappelijke taxonomie, een set van beginselen en minimumnormen (gebaseerd op bestaande internationale normen en initiatieven, zoals beginselen inzake groene obligaties en groene kredietverlening) en een kader voor openbaarmaking ontwikkelen dat overeenstemt met de aanbevelingen van de TCFD (Task Force on Climate-related Financial Disclosures).
  • Op EU-niveau een systeem invoeren om het milieurisico en klimaatveranderingsrisico te klasseren volgens economische sector/deelsector voor screening op die risico’s met als doel een solide en betrouwbare basis te bieden om beleid voor toekenning van kredieten op hoog niveau vast te stellen.
  • Banken moeten het begrip bevorderen bij kleine beleggers van de positieve gevolgen van duurzame projecten.
  • Openbare entiteiten moeten risico’s delen waarvoor er geen markt is en verlenen technische bijstand.
  • Subsidies invoeren (belastingvoordelen of gesubsidieerde financieringsvoorwaarden) / ongeschikte subsidies geleidelijk afbouwen.
  • Monetaire beleidsmaatregelen (bv. bepaalde groene activa als onderpand voor leningen van een centrale bank).
  • Gegevens verspreiden om de analyse van prestatierisico te versnellen en te standaardiseren; standaardcontracten uitwerken voor diverse soorten groene projecten.
  • De beperking van het milieurisico en klimaatveranderingsrisico integreren in de risicostrategieën en het risicobeleid van de banken.
  • Het kader voor regelgeving en toezicht moet milieurisico’s erkennen en toegespitst zijn op systeemrisico en risico van individuele niet-duurzame activa (vaak voorkomende scenario’s voor milieurisico en klimaatveranderingsrisico, stresstests).
  • Wijzigingen overwegen in de prudentiële regelgeving op basis van de risicogevoeligheid en het bewijs dat groene activa  macroprudentiële voordelen hebben om de waarschijnlijkheid van de klimaatgerelateerde risico's te verminderen (bv. kapitaalvereisten die in de tijd verschillen om de financiering van het verstrekken van duurzame activa en de daaropvolgende herfinanciering op de kapitaalmarkten te stimuleren, wijzigingen aan de kapitaalvereisten (CRR2), liquiditeitsdekkingsvereisten (LCR) en de netto stabiele financieringsratio (NSFR) om liquiditeitsbeperkingen voor groene financiering op middellange tot lange termijn te verminderen en de groene ondersteuningsfactor).

Klik hier voor het volledige rapport.

Meer over: