“Bankiers eeuwig straffen voor wat gebeurd is, is niet correct en zelfs dom”

Dit is de ingekorte versie, lees het volledige artikel hier.

De ene heeft er een lange carrière in de journalistiek opzitten en kwam - na enkele zijsprongen in de privésector en bij het VKW - als minister van Financiën in de regering-Michel I terecht. De andere werkt al ruim veertig jaar bij de Nationale Bank van België (NBB), waarvan hij nu kersvers gouverneur is. Voor deze derde 360° zetten we Johan Van Overtveldt en Jan Smets in de praatstoel voor een gesprek over banken, het financiële en economische landschap na de crisis en de rol van Brussel.

Heren, jullie hebben alle twee vrij recent belangrijke nieuwe functies opgenomen. Hoe hebben jullie dat ervaren?

Johan Van Overtveldt (JVO): Als een rollercoaster. Mijn overstap van journalistiek naar politiek is er niet van de ene op de andere dag gekomen, maar toch relatief snel. Het is in de eerste plaats een hele eer, maar daarnaast is het bijzonder veeleisend. Zonder ijzeren fysiek moet je hier zelfs niet aan beginnen want er komt enorm veel tegelijkertijd op je af. Alles is nieuw en ik leer nog elke dag bij. Wat ik geweldig interessant vind, zijn de Europese contacten tijdens de Eurogroup vergaderingen met de andere ministers van Financiën of de Ecofin (Raad Economische en Financiële Zaken) meetings: de formele maar zeker ook de informele gesprekken bij de koffie. Het is pas daar dat je de wereld leert kennen zoals hij echt in elkaar zit.

Jan Smets (JS): Ook voor mij is dit een grote eer. Ik heb als nieuwe gouverneur van de NBB de eindverantwoordelijkheid. Ik ben nu ook automatisch lid van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank en beslis bijvoorbeeld mee over het monetair beleid en het bankentoezicht. Als gouverneur vergeet je daar als het ware waar je vandaan komt en neem je je beslissingen over het monetair beleid volledig autonoom.

JVO: Iets waar ik - tussen haakjes - volledig achter sta. Er is zelden een goed monetair beleid voortgekomen uit politieke inmenging.

JS: De NBB is een huis dat ik intussen vrij goed ken. De creatie van de euro en het gemeenschappelijke monetair beleid hebben de manier van werken in de Bank enorm veranderd. We integreren onze acties veel meer in het eurosysteem. Heel dat internationale aspect is trouwens veel belangrijker geworden. Het functioneren van het directiecomité werd ook sterk beïnvloed door de overname van het toezicht op banken en verzekeringen. Dat is een zeer belangrijke opdracht waar heel veel tijd en energie in wordt geïnvesteerd.

Hoe kijken jullie naar het huidige financieel landschap? Is daar een culturele omslag sinds de crisis?

JVO: Ik heb met bijna alle topbankiers van België gesproken en ik voel dat die periode littekens heeft nagelaten. Men is zich ervan bewust dat er toen veel is fout gelopen. Dat is al een omslag op zich. Ik denk dat het nu het moment is om daarop te kapitaliseren. Niet dat we van dat gevoel misbruik moeten maken, maar we moeten wel een reglementair kader creëren waarin de overtuiging wordt verankerd dat zoiets beter nooit meer mag gebeuren. Met de Asset Quality Review zijn daar al eerste stappen gezet, maar er is nog een weg af te leggen. Ik heb het bijvoorbeeld intellectueel moeilijk met de risicoweging van de assets van de banken. De manier waarop we het nu doen met Basel III is weer een stap vooruit.

“De notie dat er tijdens de crisis dingen serieus fout zijn gelopen, is echt wel doorgedrongen bij de Belgische bankiers.” - Johan Van Overtveldt

Met de risk weighted assets heeft men nog niet het juiste evenwicht gevonden?

JVO: Ten opzichte van voor 2008-2009 is er een grote vooruitgang. Maar zelfs als iedereen bona fide is - waar we van uitgaan - blijft er een risico-element. Puur omdat risico x vandaag, morgen risico x+1 of x-1 wordt. Wat mij altijd is bijgebleven, is een studie waar men de problemen van banken relateerde aan het pure balanstotaal en het risk weighted balanstotaal. Wat bleek: de evolutie van het ongewogen balanstotaal gaf perfect aan welke banken in de problemen zouden komen. De correlatie zat daar dicht bij één. Ik kan dus alleen maar besluiten dat we ons huidig metingssysteem aandachtig moeten blijven volgen.

Wat regelgeving betreft, willen we het in België blijkbaar beter doen dan de rest. Geven we de Belgische financiële spelers wel genoeg zuurstof?

JS: De problemen in België waren ook een stuk groter dan in vele andere landen. Dat daar een relatief sterke maatschappelijke respons op komt, hoeft niet te verbazen. Bankiers moeten begrijpen dat stabiliteit - waartoe al deze regels moeten leiden - ook voordelen biedt. De traditionele visie dat dit soort regels noodzakelijkerwijs hinderlijk zijn of de competitiviteit aantasten, vindt ook steeds minder steun. De regels remmen de kredietverlening aan de reële economie niet af: de landen waar de kredietverlening het best stand houdt, zijn de landen waar de banken het meest solide gebleven zijn en het best gekapitaliseerd zijn.

JVO: Ik denk dat het logisch is dat je - na wat we in 2008-2009 hebben meegemaakt - een cultuur krijgt van “de bankiers moeten we hebben”. Maar dat is kortzichtig. Aan de tafel der verantwoordelijken zitten vele disgenoten. Het uitgangspunt “nu gaan we ze eens een lesje leren” vind ik dan ook absolute onzin. Bankiers eeuwig straffen voor wat er toen gebeurd is, is niet correct en zelfs dom. Elk weldenkend mens weet dat een goede economie en groei samengaan met een goede financiële sector die ervoor zorgt dat spaargelden doorstromen naar investeringen. Opdat de banken goed functioneren, moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden. Daar staan we zeker een heel pak dichter bij dan vijf of zes jaar geleden. Dat nog verder aanscherpen, daar wordt niemand beter van.

De rendabiliteit van de financiële sector dan. Zijn we qua bankbijdragen niet stilaan aan de limiet gekomen? 

JVO: Banken mogen daar kritisch over zijn, maar misschien moeten ze ook een paar keuzes maken omtrent hun business model. De hele financiële wereld is in beweging, net zoals de technologische wereld en de manier waarop mensen met hun geld omgaan. Er zijn - denk ik - een paar banken die nog niet klaar en duidelijk de keuzes in hun business model hebben gemaakt. Ik weet ook wel dat dit heel moeilijk ligt, maar de rendabiliteit herleiden tot de heffingen is kort door de bocht.

JS: Een duurzame rendabiliteit staat ook onder druk van de crisis zelf: als de economie niet draait, zullen de banken minder verdienen. Ook de heel lage rentes stellen de marges zwaar op de proef. Dan kan je strategische keuzes maken: een nieuwe business, realistische marges en tarieven, specialisatie in niches, andere distributiekanalen, kostenbesparingen, … Daar zijn al veel banken mee bezig, en dat kan eventueel verdere consolidaties meebrengen.

De aangroei van spaargeld blijkt stilaan af te nemen. Maakt dat het debat over de spaarfiscaliteit niet overbodig?

JS: De spaartegoeden dalen niet, de aangroei neemt af. Dat is een wezenlijk verschil. Maar ik vind inderdaad dat we de vrijstelling op het spaarboekje moeten herdenken. Het stimuleert de noodzakelijke financiering van langetermijnprojecten niet en versterkt potentiële renterisico’s die kunnen opsteken bij een renteomslag. Wij zijn voor een - weliswaar zeer geleidelijke - overgang naar een breder en neutraler fiscaal regime. 

JVO: De common sense en de sociaaleconomische realiteit dicteren dat je die vrijstelling spreidt over veel meer producten en dat je het plafond afbouwt. Voor de Belgische economie zal dat een betere optie zijn dan de huidige gang van zaken die exclusief op één type van spaarvorm focust.

Hoe zien jullie de toekomst van Brussel als financieel centrum? Als hoofdstad van effectiseringsvehikels of eerder als dienstverleningscentrum met een rechtstreekse meerwaarde voor de reële economie?

JS: Een dergelijk centrum kan via een stabiel kader, een goede samenwerking, open dialoog, … De effectiseringsproducten die u aanhaalt, hebben nu de naam van toxisch spul te zijn maar kunnen ook valabel zijn. Zolang ze maar simpel en transparant zijn en gericht op de reële economie. Daar kunnen ook nieuwe opportuniteiten zitten. Belgische KMO’s krijgen moeilijk toegang tot de kapitaalmarkten: ze zijn niet op hen toegespitst, ze kennen ze niet, de vaste kosten liggen hoog, … Waarom zouden banken hun kennis niet gebruiken om te helpen bij een bundeling en herverdeling van risico’s, om die kapitaalmarkt toch te ontsluiten?

“Brussel als financieel centrum kan via een stabiel kader, goede samenwerking en open dialoog.” - Jan Smets

JVO: In België wordt 80% van de reële economie gefinancierd via banken en 20% via de markten. In de VS is dat net omgekeerd. Allicht is een evenwichtige combinatie de beste mix.

Indien jullie mekaar nog één ding mogen wensen, wat zou dat zijn?

JS: Veel geluk om de groei te stimuleren, zoals wij dat ook proberen als centrale bankier binnen het mandaat van de ECB. Maar dan met de hefbomen die hij en zijn collega’s hebben: het opnieuw realiseren van budgettaire stabiliteit zodat er weer marges zijn om de economie te laten aantrekken, en het structureel verstevigen van het groeipotentieel.

JVO: Ik wens Jan, en ook een beetje mezelf, een discrete openheid toe. Ik denk dat het belangrijk is dat de gouverneur van de Nationale Bank en de minister van Financiën geregeld met mekaar praten, met respect voor mekaars functie en bevoegdheden. Zo kunnen we elkaar versterken, want het monetaire, het fiscale of het reglementaire zijn geen geïsoleerde zaken. 1+1+1 maakt hier vier.

Heren, bedankt voor jullie tijd, inzichten en wijsheden.

JVO: In die volgorde!

 

 

JOHAN VAN OVERTVELDT (59)

  • Doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Antwerpen) met MBA (KU Leuven)
  • Start in 1978 als journalist bij Trends
  • Maakt enkele zijsprongen naar het bedrijfsleven en VKW
  • Keert naar Trends terug in 2010 als hoofdredacteur
  • Is sinds oktober 2014 minister van Financiën

 

JAN SMETS (64)

  • Licentiaat Economie (Universiteit Gent)
  • Start in 1973 als stagiair bij de NBB
  • Proeft van het politieke leven als kabinetschef van Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene
  • Is sinds maart 2015 gouverneur van de NBB