“Je nek uitsteken, geeft je een identiteit”

Dit is de ingekorte versie, lees het volledige artikel hier.

Er zijn tegenwoordig maar weinig begrippen die zo te pas en te onpas gebruikt worden als “duurzaamheid”. Ook in de financiële wereld is het een term die vaak opduikt. Maar wat is duurzaamheid eigenlijk? Hoe definieer je een duurzame bank? En hoe beïnvloeden media en politiek het duurzame imago van de banken? 360° vroeg het aan Sabine Denis (The Shift), professor Luc Van Liedekerke (UA/KULeuven) en Michel Vermaerke (Febelfin).

Eerst en vooral: wat maakt een bank duurzaam?

Sabine Denis (SD): Een duurzame bank moet een duurzame economie financieren: een economie die winstgevend is voor de huidige generatie en die de winstgevendheid voor de komende generaties niet in het gedrang brengt. Daarnaast moet ze voldoende rendabel zijn om te blijven voortbestaan.

 

Luc Van Liedekerke (LVL): Duurzaam ondernemen is voor mij een vorm van ondernemen die maatschappelijke problemen aanpakt en er tegelijk geen nieuwe creëert. Ten eerste is er een operationele dimensie: de operationele excellentie moet er zijn, net zoals dat ook geldt voor pakweg een chemisch bedrijf. De tweede dimensie heeft te maken met de transitie naar een duurzame maatschappij waar we volop inzitten. De bank kan daar een faciliterende rol spelen, een pioniersrol zelfs. Omdat investeringen, per definitie, de toekomst over twintig, dertig jaar bepalen.

Michel Vermaerke (MV): Een duurzame bank is stabiel en dynamisch tegelijkertijd, zowel op sectorniveau als qua individuele bank. Er moet een stuk ondernemerschap insteken maar er moet ook voldoende stabiliteit zijn, zodat de maatschappij niet in de problemen komt. Daarnaast moeten je activiteiten, zeker als je met spaargeld werkt, “ten dienste” staan van de economie en de maatschappij van vandaag én morgen. Zonder dat de bank daarom moet bepalen hoe die maatschappij er zal uitzien.

Hoe ver mag een bank gaan in het financieren van wapenbedrijven of de nucleaire sector? In de laatste Bankenwijzer was de grote meerderheid van de onderzochte banken hiervoor “gebuisd”.

SD: NGO’s wegen op het duurzaamheidsdebat en zetten dit thema voortdurend op de agenda. Dat is goed want anders krijg je een maatschappij van jaknikkers. Alleen zouden NGO’s duidelijker mogen zijn. Soms lees je dat het spaargeld naar wapens gaat. Dat is helemaal niet zo, dat geld wordt in de reële economie geïnvesteerd. Daar is dus wel wat populisme mee gemoeid, maar dat zorgt voor grote krantenkoppen natuurlijk.

LVL: Ik vind het goed dat er een soort van “burgerblik” is die in de gaten houdt wat er gebeurt. Wat mij echter stoort in de Bankenwijzer is dat de dimensie van operationele excellentie - waar ik het daarnet over had - volledig ontbreekt. In Engeland is laatst de ethische Co-Operative Bank zwaar onderuit gegaan. En ook dát is voor de samenleving een enorme last. “Wat is het risico van die bank?”, “welke buffer hebben ze?”, “waar staan ze met Basel III?”: die vragen moeten opgenomen worden in de rapporten.

MV: De Bankenwijzer focust ook erg op één model van bankieren. Exportfinanciering bijvoorbeeld, cruciaal voor onze Belgische economie, komt niet aan bod. Grote investeringsprojecten of infrastructuurdossiers, die even belangrijk zijn voor onze toekomst, evenmin. Hetzelfde geldt voor de financiering van middelgrote ondernemingen via de financiële markten. Deze voorstelling is dus vrij eng. Volgens mij zou tegensprekelijkheid de Bankenwijzer ten goede komen.

SD: Ik denk dat de banken en de NGO’s meer naar elkaar zouden moeten toegroeien. Banken kunnen niet alleen keuzes maken over naar welke maatschappij we moeten toegroeien, NGO’s ook niet. Er zou meer overleg moeten zijn. Dit soort onderzoeken komen vaak uitsluitend uit één hoek. Mocht ze meer multistakeholder gedragen zijn, zouden ze meer impact hebben.

MV: Ik hoor nogal wat bankiers zuchten dat het financieren van de dagdagelijkse economie wordt onderbelicht. Het financieren van de slager om de hoek is even belangrijk voor de lokale economie als zaken die meer aan bod komen in de media. Er zijn ook altijd gevallen die discussie uitlokken. Neem de financiering van Airbus. Die heeft een militaire afdeling waardoor sommige banken met de vinger worden gewezen. Maar Airbus is ook een Europese alliantie van verschillende landen om een tegenhanger te creëren voor Boeing.

SD: Als iedereen het met elkaar eens is, is er geen debat meer, natuurlijk. We agree to disagree. Er zijn thema’s waar discussie over is maar zolang de communicatie open blijft, kunnen alle partijen daarmee leven. De banken moeten nu niet de Greenpeaces van deze wereld worden. Ieder zijn rol in de samenleving.

“Zeker als je met spaargeld werkt, moeten je activiteiten “ten dienste” staan van de economie en de maatschappij van vandaag én morgen” – Michel Vermaerke

Welke rol speelt regelgeving in het kader van duurzaamheid?

MV: Als antwoord op de financiële crisis, heb je vandaag het fenomeen van de-risking en alle bijhorende juridisering en bureaucratie. Er zijn opleidingen, instructies over opleidingen, beleidslijnen, compliance ... Want als er ooit toch nog een wiel afloopt, dan kan men daar naar teruggrijpen. De regelgeving dreigt nu zelf zo ingewikkeld te worden dat je, ondanks de beste intenties, wel eens iets over het hoofd zou kunnen zien. Een concreet voorbeeld is de KMO-financiering. De wet zegt dat wanneer blijkt dat een bedrijf niet het meest geschikte soort krediet heeft gekregen, ze op kosten van de bank een nieuwe financiering moet krijgen. En wat zie je nu? Ook al kennen banken sommige ondernemers al vijfentwintig jaar, toch moeten die ondernemers plots een jaarverslag en andere stukken gaan produceren, want de bank wil zich indekken.

Welke weg heeft de banksector al afgelegd?

LVL: Finance was al bezig met duurzaamheid voor de crisis. Het probleem was echter dat men daar niet naar keek vanuit de core business. Nu begint dat te draaien en zie je dat dit een rol speelt in het soort producten dat de banken aanbieden of het soort kredieten dat ze hebben. Ik voel ook dat er veel meer mogelijkheid en bereidheid tot dialoog is met NGO’s dan vroeger.

MV: Het blijft natuurlijk de vraag: hoe ver ga je in de beoordeling van de maatschappelijke impact van bepaalde financiering? De meeste bankiers staan eerder behoedzaam tegenover het moeten maken van dat maatschappelijk oordeel. Of zelfs tegenover dat debat. Bankiers willen eerder neutraal blijven. Tenzij je als nichebank er expliciet een punt van wil maken, natuurlijk.

 

LVL: Je bent nooit neutraal. Kijk bijvoorbeeld naar Colruyt. Wat zet die wel of niet in zijn rekken? Die keuze maakt hen net niet-neutraal. Waarom vind je bij geen enkele Belgische retailer pornoblaadjes? Dat is een duidelijke beslissing. Men onderschat ook de commerciële kansen van het feit dat men zijn nek durft uit te steken. Colruyt doet dat systematisch. Vaak lukt dat, maar soms ook niet. Dat is niet erg, het geeft hen een identiteit. Je moet die grenzen aftasten. Ik denk dat NGO’s in dat proces trouwens eerder je vriend zijn dan je vijand. Ze helpen mee die grenzen te verleggen.

Is een gezonde en rendabele financiële sector een voorwaarde voor duurzaamheid?

LVL: Kijk naar de Co-Operative Bank, daar loopt dat totaal fout. Je kan het een niet zonder het ander doen. Ik ben trouwens tegen het hele gratis-verhaal, want dat stuurt een verkeerd signaal naar de klanten. Gratis kan niet, net zoals gratis openbaar vervoer niet kon. Zo maak je het jezelf alleen maar lastig, want je gaat dat bedrag ergens anders moeten terughalen, zonder dat aan je klant te mogen vertellen. Een foute tactiek die voor heel slechte reputaties zorgt.

De rol van de media en de politiek dan. Hoe kan de communicatiestoring met de banken opgelost worden?

LVL: Die verhouding is altijd lastig geweest en zal dat blijven. En niet alleen voor de banksector, in de universiteit voelen wij dat ook. Als het activisme in de politiek toeneemt, en zeker na een schandaal is dat zo, krijg je steekvlambeleid. Het enige wat je kan doen, is elke keer die groepen onderwijzen.

SD: Daar ligt ook een taak bij de banken. Door te tonen wat je doet met het geld. Het probleem is natuurlijk dat het vertrouwen weg is. Het is te paard gegaan en komt slechts te voet terug. De banken proberen daar in hun communicatie wel wat aan te doen. De reclamespots met “zoveel rente voor u”, maken toch meer en meer plaats voor “wij financieren scholen” en “wij financieren ziekenhuizen”.

MV: De media hebben hun eigen wetten. En als je daar geen oog voor hebt, kan je elke dag gefrustreerd wakker worden (lacht).

“Een bank kan een pioniersrol vervullen in de transitie naar een duurzame maatschappij, omdat investeringen, per definitie, de toekomst over twintig, dertig jaar bepalen” – Luc Van Liedekerke

Om af te ronden: het huidige imago van de bankier is nogal problematisch. Hoe voelen jullie dat aan?

SD: Ik denk dat de werknemers de beste ambassadeurs zijn. Er moet aan de interne cultuur gewerkt worden. Vroeger waren mensen enorm trots als ze in de banksector konden werken. Dat is nu een uitdaging geworden maar als het lukt, zal de hele sector opnieuw aantrekkelijk zijn voor potentiële werknemers.

LVL: Het meest tragische is dat de duizenden gewone werknemers in de kantoren met de bankencrisis niets te maken hadden maar er wel het slachtoffer van zijn. Je zit met een beperkte bovenlaag die het voor de rest van de sector om zeep heeft geholpen. Als lokale bankier ben je mee slachtoffer van de collectieve reputatie.

MV: De sector is vandaag sterk getransformeerd. Het risicoprofiel is fundamenteel gereduceerd, de leverage is teruggedraaid, het eigen vermogen is aangewassen, we hebben grotendeels de financiële markten verlaten, er is meer zorg voor de klant, de maatschappij en de economie.

LVL: Nu bestaat echter de illusie dat narrow banking volstaat. Hoe je het ook draait of keert, als je enkel aan narrow banking doet en je stopt met al je internationale activiteiten als exportkredieten, dan mag je je economie dichtvouwen. Men heeft bij NGO’s soms ook de neiging om te denken dat investment bankers per definitie criminelen zijn. Dat is onwaar. Er zijn zeer goede investment bankers die op een zeer degelijke manier hun rol vervullen. Het gaat er om de cultuur te veranderen en dat zal niet gebeuren door je terug te trekken. 

 

Luc Van Liedekerke

Duurzaam profiel:

  • docent bedrijfsethiek aan de KULeuven, de UA en de Lessius Hogeschool
  • medestichter van het European Business Ethics Network
  • directeur van Centre for Economics and Ethics van de KULeuven

 

Sabine Denis

Duurzaam profiel:

  • Co-Executive Officer van The Shift, het Belgisch verzamelpunt voor bedrijven en non-profitorganisaties die samen de transitie naar een duurzame maatschappij en economie willen realiseren

 

Michel Vermaerke

Duurzaam profiel:

  • gedelegeerd bestuurder van Febelfin
  • onafhankelijk bestuurder bij het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen
  • voorzitter van de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde