“Goldplating moet een uitzondering blijven en gerechtvaardigd zijn”

Dit is de ingekorte versie, lees het volledige artikel hier.

"Hoe ziet de toekomst van de financiële sector in België eruit?” Een groep van acht experten heeft zich een jaar lang over die vraag gebogen, op vraag van minister van Financiën Johan Van Overtveldt. Het resultaat is een rapport van zeventig pagina’s, waarin dieper wordt ingegaan op de stabiliteit van het bancaire landschap, het vastgoed in ons land, Fintech, cybersecurity en veel meer. 360° besprak het werkstuk met drie leden van de expertengroep: André Sapir (ULB), Geert Noels (Econopolis) en Tom Dechaene (NBB).

Voor we op het rapport ingaan: de samenstelling van de werkgroep was heel divers. Een bewuste keuze?

André Sapir (AS): Absoluut, ik denk ook dat dit een van onze sterke punten was. We hadden mensen met zeer diverse achtergronden aan boord. Het rapport is unaniem goedgekeurd en we hebben er ook over gewaakt dat het geen lowest common denominator werd, het absolute minimum waar iedereen zich kon achter scharen.

U maakt een zeer uitgebreide analyse van de sector, maar ontbreekt het luik van de tewerkstelling niet? Bij de banken zijn op tien jaar tijd 15.000 jobs gesneuveld, dat is viermaal het aantal verloren jobs bij Ford Genk.

Geert Noels (GN): Er wordt wel ergens vermeld “the Belgian financial sector is punching below its weight”. Ik denk dat er veel in dat zinnetje zit. België staat 62e op de ranglijst van de Global Financial Centres Index (GFCI) en dat betekent dat wij zeker nog kunnen doorgroeien. De top 5 halen is onrealistisch, want die lijst houdt niet alleen rekening met tewerkstelling, maar ook met “high added value”. Met dezelfde “raw materials” zouden we meer tewerkstelling en toegevoegde waarde kunnen creëren.

Tom Dechaene (TD): De tewerkstelling wordt ook wel een aantal keer impliciet aangehaald, wanneer het bijvoorbeeld gaat over de overheidsparticipaties of over Fintech, cybersecurity en payment infrastructure… Het is natuurlijk wel duidelijk dat de tewerkstelling beter kan worden gehandhaafd in een competitieve sector.

Volgens het GFCI-rapport heeft België zowat het meest diverse financiële landschap ter wereld. Moeten we af van de voor-elk-wat-wils-cultuur?

GN: Het is duidelijk dat je een ecosysteem nodig hebt als je wilt groeien... Je moet dan je kijk op de zaak verbreden. De universiteiten moeten ook werken aan hun opleidingsaanbod. Je kunt pakweg asset management niet zomaar als job aanbieden als hier geen opleidingen voor zijn. Luxemburg heeft dat goed begrepen. Zij hebben na het jaar 2000 een ecosysteem geïnstalleerd met alle nodige elementen om hun financieel landschap te doen keren.

AS: Onze aanbevelingen in dit rapport zijn in eerste instantie bestemd voor de openbare macht. Wij zijn van oordeel dat diversifiëring goed is voor de maatschappij en de weerbaarheid van de Belgische economie. We bieden de regering advies om het kader te scheppen waarin deze activiteiten kunnen worden versterkt en zich kunnen ontplooien.

U haalt goldplating aan als iets waar een zekere ratio achter moet zitten, wat geen doel op zich mag zijn. In de praktijk zien we toch vaak het omgekeerde? Zie bijvoorbeeld de remuneratiepraktijken binnen sales, verbod op product pushing, de financial transaction tax, een loan-to-value-cap, ethische codes…

AS: Wij hebben niet het gevoel dat het rapport vraagt om het algemene reglementaire kader verder uit te breiden. Integendeel: goldplating moet een uitzondering blijven en gerechtvaardigd zijn. Het klopt wel dat we voor bepaalde punten suggereren om elementen toe te voegen. De loan-to-value-ratio maakt trouwens momenteel geen deel uit van een Europese richtlijn. Dat is voor ons dus geen goldplating.

TD: We moeten kijken of regels in parallel bestaan of ontstaan. En dan moet je de vraag stellen: heb je genoeg vertrouwen in die supranationale regels of is er een goede reden voor differentiatie?

Is de loan-to-value er om een oververhitting van de markt tegen te gaan of vooral om te vermijden dat de banken met te veel non-performing loans blijven zitten?

TD: Duidelijk het tweede. België is altijd een van de enige West-Europese landen geweest zonder inzinking. Buiten België was men tot voor kort vrij kritisch over het prijsniveau, maar elk land heeft nu eenmaal zijn eigen vastgoedkarakteristieken. Wij doen ook absoluut geen uitspraken over het huidige niveau of over wat het “juiste” niveau zou zijn. We hebben bewust gekozen voor iets relatief eenvoudigs: een loan-to-value op het moment van de lening. Dat is niet perfect, maar perfecte maatregelen bestaan niet. Er worden ook vaak alternatieven gesuggereerd (loan-to-debt, loan-to-income…). Wij vonden loan-to-value een goed compromis.

Het European Deposit Insurance Scheme, tevens vermeld in het rapport, is een hot item. Is het in het licht van de actualiteit niet te vroeg om deze te introduceren? Zie bijvoorbeeld de situatie in Italië en het verschil in non-performing loans over heel Europa.

AS: Voor België is de Banking Union een stap vooruit om de weerstand en de stabiliteit van de financiële sector te verbeteren. We bevinden ons nu eenmaal in het hart van Europa. We hebben er geen baat bij dat er andere landen of financiële systemen in moeilijkheden komen. De mogelijke impact daarvan is bij iedereen voelbaar. Er zitten drie belangrijke elementen in de Banking Union: toezicht, regularisering en de Deposit Insurance. Die volgorde lijkt ons ook logisch. Eerst ga je toezicht houden, dan kan je ingrijpen en pas daarna kan je over een verzekering praten. De Europese Commissie heeft een plan klaar om de Deposit Insurance geleidelijk aan, over een periode van tien jaar te installeren. Bij de invoering van zo’n systeem is de kans groot dat je met wat problemen zal geconfronteerd worden. Precies daarom is het belangrijk om dat geleidelijk in te voeren. Je kan de fase van de verzekering pas opstarten als iedereen op hetzelfde niveau staat. Het is niet de bedoeling dat zwakkere landen door sterke landen worden geholpen. Ieder land moet op zijn eigen benen kunnen staan.

Iets anders: Fintech en bij uitbreiding cybersecurity. Moet de overheid dit ondersteunen?

TD: Het valt op dat personen uit dit domein eigenlijk niet zoveel subsidies of fiscale gunstmaatregelen vragen. Laat ons niet vergeten dat België met life sciences op de kaart staat dankzij enkele sterke bedrijven die er al waren voor die steunmaatregelen. Zij vragen vooral meer stabiliteit en minder red tape. Een centraal contactpunt bij de overheid zou hiervoor al een grote stap zijn. We geven ook een aantal tips rond opleidingen: er is veel kennis in België, maar die is nogal verspreid.

GN: Je merkt ook wel dat Fintech een domein is waar starters gemakkelijker van de grond komen door de natuurlijke vraag die er is. Anderzijds is het ook een illusie om te veronderstellen dat dit een puur Belgisch verhaal zal blijven. Startups hebben pas een overlevingskans als zij onmiddellijk sterk internationaal gaan werken. Trouwens, ook de banken spelen in deze sector al een heel stimulerende rol, weliswaar voor een groot stuk uit eigenbelang. Maar dat werkt het beste.

We hebben veel over digitalisering gesproken en bijgevolg is de link met cybersecurity snel gelegd. Ik denk dat we erin moeten slagen om die payment systems naar hier te lokken. We moeten ook proberen om België op dit gebied van een kwaliteitslabel te voorzien. De overheid heeft ook al een flink bedrag vrijgemaakt voor cyber defense, zo’n 400 miljoen. Het lijkt ons logisch dat ook een groot deel daarvan naar initiatieven van de financiële sector gaat.

Over naar de staatsparticipaties. Heeft België iets te winnen bij een overheidsbank?

TD: Je kunt niet zomaar beweren of een overheid al dan niet baat zal hebben bij een overheidsbank of dat ze door een bepaalde aanpak meer geld kan verdienen. Je moet rekening houden met veel verschillende factoren. We hebben enkel een aantal parameters opgesomd. Het behoud van activiteiten in België bijvoorbeeld, net zoals de impact op de dienstverlening en de budgettaire impact.

Een ander aspect is de financiering van lokale besturen, wat toch een behoorlijk specifieke niche is. In het buitenland wordt dat vaak voorzien door instellingen in de publieke sfeer. Die financiering is dus een complexe zaak. We moeten opletten dat er geen overhaaste beslissingen worden genomen, enkel in het licht van budgettaire besognes.

Laten we het even over de spaarfiscaliteit hebben. Volgens ons eigen onderzoek zou een aanpassing weinig impact hebben op het spaarvolume in ons land. Wat is jullie idee?

GN: Ongeveer 85% van het BBP staat op spaarboekjes, wat neerkomt op eenmaal het jaarlijkse beschikbaar inkomen. Het is dan zonneklaar dat dat niet is om een of twee maanden te kunnen overbruggen. Dat is duidelijk langetermijnkapitaal. Hoe komt dat? Stel dat je iemand zou vragen wat het ideale spaarproduct is. Hij of zij zou antwoorden: ik wil een opbrengst gelinkt aan lange termijn-obligatierendementen, gekoppeld aan kortetermijnfaciliteiten en ik wil ook nog een fiscale incentive én een staatsgarantie. Wel… dat hebben wij allemaal al! We zijn zowat het enige land ter wereld dat dit allemaal kan aanbieden. Je kan jezelf dus afvragen: hoe komt het dat de rest nog niet op dat idee is gekomen? Of hebben wij het verkeerd?

Is ons spaargedrag ook niet cultureel bepaald?

GN: Ja, maar zijn de gevolgen dan anders? We hebben twintig procentpunt van ons BBP meer op ons spaarboekje staan dan de andere landen en toch zijn sommige projecten hier heel moeilijk te financieren. Dat is een opmerkelijke paradox.

Ons rapport is geen oproep om van het spaarboekje volledig naar aandelen over te stappen. Dat is een karikatuur van de media. Wij stellen gewoon de vraag: is er een goede reden om een uitzonderlijk fiscaal voordeel te geven aan een spaarproduct?

Als u één aanbeveling er moet uitpikken, welke zou dat zijn?

GN: Je moet het rapport in zijn geheel zien. Je mag geen cherry picking doen. Niet alle punten die hierin staan zullen op evenveel bijval kunnen rekenen, maar in zijn geheel biedt dit rapport de mogelijkheid om de hele sector in de toekomst te versterken.

AS: Kijk naar de toekomst. We hebben het in dit rapport niet voor de zoveelste keer gehad over de problemen uit het verleden. We moeten vooruit blijven kijken door competitief te blijven en de stabiliteit te vergroten. Het ene gaat niet zonder het andere.

TD: Zo’n eloquente uitleg, ik kan me daar alleen maar bij aansluiten.