Nieuwe sensibiliseringscampagne Febelfin waarschuwt voor phishing

04/10/2017

Vandaag lanceert Febelfin, de Belgische federatie van de financiële sector, een nieuwe sensibiliseringscampagne tegen phishing. Nog steeds trappen heel wat mensen in de val van internetfraudeurs en geven ze hun pincode of de codes van hun kaartlezer door via e-mail of telefoon. Een bank zal dat echter nooit vragen. Krijgt u toch zo’n verzoek, dan is dat een poging tot fraude.

Workshop “Financiering van KMO’s”

Bent u een leergierige KMO’er op zoek naar inspiratie? Of deelt u graag ervaringen met experten en collega’s? Dan is de Workshop “Financiering van KMO’s” iets voor u! U krijgt de kans om deel te nemen aan verschillende workshops met thema’s als leasing, bankfinanciering, risicokapitaal en ondersteunende overheidsmaatregelen.

Hypothecair krediet 1ste trimester 2014: verdere daling aanvragen en verstrekkingen

09/05/2014

In het eerste trimester van dit jaar werden er 42.000 hypothecaire kredietovereenkomsten afgesloten voor een totaalbedrag van ongeveer 4,5 miljard EUR. Dat blijkt uit de statistieken inzake hypothecair krediet die de Beroepsvereniging van het Krediet (BVK) vandaag heeft gepubliceerd. 

27/01/2014

Het concept van de volksleningen is de laatste maanden herhaaldelijk in het nieuws geweest.

Maar wat is het juist en hoe werkt het? Febelfin tracht in een korte videoboodschap de belangrijkste informatie mee te geven:

Meer over:

+88,1 miljard euro extra

03/09/2012

Banken pompten sinds 2007 88,1 miljard euro extra in de Belgische economie

15/12/2017

Een stappenplan voor de komende periode, de oprichting van een Europees Monetair Fonds, de omzetting van het ESM-verdrag in EU-recht, nieuwe begrotingsinstrumenten voor de eurozone en een EU-minister van Financiën. Deze voorstellen heeft de Commissie op 6 december gepresenteerd om de Europese en Monetaire Unie te verdiepen.

Hieronder vindt u een Engelse samenvatting van het werkprogramma.

Deepening Europe’s Economic and Monetary Union

On 6 December, the European Commission set out a Roadmap for deepening the Economic and Monetary Union, including concrete steps to be taken over the next 18 months. The overall aim is to enhance the unity, efficiency and democratic accountability of Europe’s Economic and Monetary Union by 2025.

A roadmap on further steps towards completing Europe’s Economic and Monetary Union

In the view of the Commission, a Roadmap should be agreed upon, which should include a number of steps to be taken over the next 18 months:

By mid-2018:

  • adoption of the necessary legal acts to complete the Banking Union, including the 2016 November risk-reduction package to strengthen the resilience of EU banks. In parallel, work on proposals relating to the Capital Markets Union needs to continue;
  • agreement on a common backstop for the Single Resolution Fund with a view to its quick operationalisation by 2019;
  • adoption of the amending proposal to double the activities of the Structural Reform Support Programme by 2020;
  • adoption of the targeted changes to the Common Provisions Regulation in support of the implementation of national reforms.

By the end of 2018:

  • adoption of the proposal on the European Deposit Insurance Scheme.
  • formalisation of dialogue practices between the European Parliament and the Commission.

By mid-2019:

  • adoption of the proposals leading to (1) the establishment of a European Monetary Fund, (2) the incorporation of the Treaty on Stability, Coordination and Governance into Union law and (3) the establishment of unified representation of the euro area in the International Monetary Fund;
  • a common understanding on the role of a European Minister of Economy and Finance in the context of the next Commission.
  • conclusion of the discussions on pending proposals to improve the functioning of the euro area and adopt in the context of the next Multiannual Financial Framework: (1) proposals for structural reform support, (2) a dedicated convergence facility for non-euro Member States, (3) a stabilisation function;
  • finalisation of all pending legislative initiatives for the Capital Markets Union, including the review of the European Supervisory Authorities, all changes to the European Markets Infrastructure Regulation and the Pan-European Pension Product.

For more information.

Four main proposals of the package

  • A proposal for the establishment of a European Monetary Fund anchored in the Union legal framework: The Commission aims to build on the well-established structure of the European Stability Mechanism (ESM) and establish a new European Monetary Fund (EMF) as a robust crisis management body, anchored firmly within the Union legal framework. The European Parliament and the Council are invited to adopt this proposal by mid-2019.
  • A proposal to integrate the substance of the Treaty on Stability, Coordination and Governance into the Union Legal framework: In 2012, 25 signatory Member States of the Treaty on Stability and Growth Pact, legally committed to incorporate the substance of that treaty into Union law five years after its entry into force, which corresponds to 1 January 2018. The European Parliament and the Council are invited to adopt this proposal by mid-2019.
  • A Communication on new budgetary instruments for a stable euro area within the Union framework: The Commission will present the necessary initiatives in May 2018 in the context of its proposals for the post-2020 Multiannual Financial Framework. The European Parliament and the Council will then be invited to adopt these proposals by mid-2019.
  • The creation of a European Minister of Economy and Finance: The Commission invites the European Parliament and the Council to reflect on the ideas presented as part of this package, with a view to reaching a common understanding on the roles and functions of a European Minister of Economy and Finance by mid-2019.

More information:

Deepening Europe's Economic and Monetary Union – Questions and Answers
Factsheets on Deepening Europe's Economic and Monetary Union
Flash Eurobarometer 458 on the euro area, December 2017
Communication on further steps towards completing the Economic and Monetary Union
Proposal for the establishment of a European Monetary Fund anchored in the Union legal framework
Proposal to integrate the substance of the Treaty on Stability, Coordination and Governance into the Union legal framework, taking into account the appropriate flexibility built into the Stability and Growth Pact and identified by the Commission since January 2015
Communication on new budgetary instruments for a stable euro area within the Union framework
Targeted changes in the Common Provisions Regulation to mobilise funds in support of national reforms
An amendment to strengthen the Structural Reform Support Programme
Communication on a European Minister of Economy and Finance

Meer over:
15/12/2017

De Belgische fondsensector kende tijdens het derde kwartaal van 2017 een stijging van 4,2 % onder impuls van netto inschrijvingen aangevuld door koerswinsten opgetekend door de onderliggende activa. Eind september 2017 bedroeg het netto actief van de in België publiek verdeelde fondsen 190,0 miljard EUR.

Het netto actief van de fondsen die hoofdzakelijk beleggen in vastrentende effecten noteerde een toename van 1,6 % gedurende het derde trimester van 2017. Het netto actief van de fondsen die hoofdzakelijk beleggen in niet-vastrentende effecten, zoals “balanced funds” en aandelenfondsen, steeg tijdens deze periode met 4,9 %.

Binnen de categorie van de gemengde fondsen kenden de pensioenspaarfondsen een toename van 0,3 miljard EUR gedurende de periode juli – september 2017. Zij versterkten hun “all time high” en sloten af op 19,3 miljard EUR onder impuls van gunstige koersevoluties.

De gemengde kenden de grootste absolute stijging van hun netto actief. Dergelijke fondsen streven een actief allocatiebeleid na en hebben een grote diversificatie-mogelijkheid.

De monetaire fondsen kenden de sterkste relatieve stijging tijdens het derde trimester van 2017 ten gevolge van netto inschrijvingen.

« Onder impuls van netto inschrijvingen aangevuld door koerswinsten opgetekend door de onderliggende activa sloot de Belgische fondsenmarkt het derde kwartaal van 2017 af op een historisch record. » Marnix Arickx - Voorzitter BEAMA

Belgische fondsenmarkt1

De Belgische fondsenmarkt wordt gedefinieerd als ‘het in België openbaar verdeeld netto actief van fondsen naar Belgisch en buitenlands recht’. Hierbij rapporteert BEAMA over alle aandelenklassen van de openbare fondsen die in België gecommercialiseerd mogen worden.

Onderzoek van BEAMA toont aan dat de netto activa van de in België publiek gecommercialiseerde fondsen gedurende het derde kwartaal van 2017 met 7,7 miljard EUR, ofwel 4,2 %, stegen. Hierdoor vertegenwoordigden de in België publiek gecommercialiseerde fondsen eind september 2017 190,0 miljard EUR, hetgeen een nieuw historisch record bedrag vormt voor de Belgische fondsensector.

De stijging van de Belgische fondsenmarkt gedurende de periode juli – september 2017 wordt enerzijds verklaard door een toegenomen beleggersvertrouwen (wat zich vertaalt in positieve netto inschrijvingen) en anderzijds de gunstige evolutie van de financiële markten.
Onder meer een aantal macro-economische elementen dienen in beschouwing genomen: De Belgische aandelenbeurs had net zoals de Europese – en Amerikaanse aandelenbeurzen de wind in de zeilen gedurende het derde trimester van 2017. Vooral de maand september werd gekenmerkt door groei. Zo sloten respectievelijk de Bel20 5,9 %, de Euro Stoxx 50 4,4 % en de Dow Jones 4,9 % hoger af per einde september dan een kwartaal voordien. De winst van de Amerikaanse beurs werd echter deels weggewerkt door de verzwakking, met 3,5 %, van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro.
De impact van de langetermijnrentes bleef relatief beperkt tijdens het derde kwartaal van 2017. Naar de toekomst toe worden wel stijgingen verwacht van de meeste internationale langetermijnrentes wat een impact kan hebben op de waardering van obligaties.

De pensioenspaarfondsen trokken de groeilijn van de voorgaande kwartalen ook tijdens het derde trimester van 2017 door. Zo sloten de pensioenspaarfondsen eind september 2017 af op een vermogen van 19,3 miljard EUR. Hiermee verstevigen zij hun “all time high”.

Evolutie van de Belgische fondsenmarkt gedurende het laatste decennium

Percentage aan retail aandelenklassenop de Belgische fondsenmarkt

Fondsen die overwegend beleggen in vastrentende effecten

Binnen de groep van de fondsen die overwegend beleggen in vastrentende effecten, stegen de activa van de in België gecommercialiseerde obligatiefondsen licht met 0,1 miljard EUR, ofwel 0,4 %, gedurende het derde kwartaal van 2017 waardoor ze eind september 2017 uitkomen op een bedrag van 33,5 miljard EUR. Deze beweging vloeit voort uit de koerswinsten opgetekend door de onderliggende obligaties.

De netto activa van de monetaire of geldmarktfondsen tekenden een merkbare stijging op van 0,5 miljard EUR, ofwel 11,8 %, gedurende de periode juli – september 2017. Deze beweging is het gevolg van netto inschrijvingen. Zo vertegenwoordigen de monetaire fondsen op het einde van het derde trimester van 2017 een gecommercialiseerd vermogen van 4,5 miljard EUR.

Als geheel stegen de netto activa van de fondsen die overwegend beleggen in vastrentende activa gedurende het derde kwartaal van 2017 met 1,6 %, waardoor hun gecommercialiseerd netto actief eind september 2017 uitkwam op 38,0 miljard EUR.

Fondsen die overwegend beleggen in niet-vastrentende effecten

Binnen de groep van de fondsen die overwegend beleggen in niet-vastrentende effecten (zoals bv. aandelenfondsen) werden, met uitzondering van de fondsen met kapitaalbescherming en de CPPI-fondsen, enkel stijgende tendensen opgetekend gedurende het derde kwartaal van 2017 en dit ten gevolge van enerzijds netto inschrijvingen en anderzijds koerswinsten van de onderliggende activa in de fondsenportefeuilles.

De activa in België van de aandelenfondsen namen toe met 0,6 miljard EUR, of met 1,2 %, in de periode juli – september 2017. Deze stijging is toe te schrijven aan koerswinsten opgetekend door de onderliggende activa aangevuld door de positieve bijdrage van de netto inschrijvingen. Eind september 2017 bedroeg het vermogen van de aandelenfondsen 54,3 miljard EUR.

Gedetailleerde evolutie van het gecommercialiseerde vermogen gedurende het laatste decennium

De categorie van de gemengde fondsen (inclusief de pensioenspaarfondsen) tekende een sterke toename van 7,0,miljard EUR, of 8,5 %, op tijdens het derde kwartaal van 2017. De significante netto inschrijvingen werden in tweede lijn aangevuld met de positieve impact van de koerswinsten opgetekend door de onderliggende activa. Daarmee komt het gecommercialiseerde vermogen van de gemengde fondsen per eind september 2017 uit op 89,9 miljard EUR.
Deze fondsen kende de voorbije jaren een toenemend succes en sinds 2015 vormen ze de grootste activa klasse. Door hun actieve asset allocatie zijn gemengde fondsen zeer geschikt voor het voeren van een risicospreiding-beleid in het vooruitzicht van MiFID II: zij lenen zich uitstekend tot de afstemming van het product op het risicoprofiel van de cliënten.

Binnen de categorie van de gemengde fondsen kenden de pensioenspaarfondsen een aangroei gedurende het derde kwartaal van 2017. De pensioenspaarfondsen vertegenwoordigden per einde september 2017 een bedrag aan netto activa ten belope van 19,3 miljard EUR, een versteviging van hun “all time high” vermogen.
Tijdens het derde kwartaal van 2017 tekenden de pensioenspaarfondsen netto terugbetalingen op ten belope van 24 miljoen EUR. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat in de maand september 2017 een derde maal de versnelde inning aan anticipatieve heffing werd afgehouden (cf. de 5 x 1 % regel)3. Zonder deze versnelde inning zouden er netto inschrijvingen opgetekend zijn van 65 à 70 miljoen EUR.

De fondsen met kapitaalbescherming kenden tijdens het derde trimester van 2017 een daling en vertegenwoordigden eind september 2017 een vermogen van 7,6 miljard EUR. Deze beweging is volledig toe te schrijven aan koersverliezen en netto terugbetalingen.

Globaal stegen de netto activa van de fondsen die overwegend beleggen in niet-vastrentende effecten gedurende het derde kwartaal van 2017 met 4,9 %, en waren ze eind september 2017 goed voor een gecommercialiseerd vermogen van 152,0 miljard EUR.

Fondsen naar Belgisch recht

Openbaar verdeelde fondsen naar Belgisch recht

De openbare fondsen naar Belgisch recht waren eind september 2017 goed voor een totaal beheerd netto actief van 138,9 miljard EUR. Op datzelfde ogenblik vertegenwoordigden de pensioenspaarfondsen hierin 19,3 miljard EUR, ofwel 1/7de van de openbare fondsen naar Belgisch recht.

De berekening van de gemiddelde return van de pensioenspaarfondsen op jaarbasis per 30 september 2017 levert volgend resultaat op:

  • Op 1 jaar: +7,6 %
  • Op 3 jaar: +6,1 %
  • Op 10 jaar: +3,4 %
  • Op 25 jaar: +7,1 %

BEAMA heeft een boordtabel omtrent pensioenspaarfondsen ontwikkeld die als bijlage aan dit persbericht is toegevoegd. Dankzij deze boordtabel worden op kwartaalbasis de kerncijfers rond derde pijler pensioenspaarfondsen en hun evolutie op een beknopte manier visueel weergegeven.

Niet-openbaar verdeelde institutionele fondsen naar Belgisch recht

Sinds de uitvoerings-KB’s gepubliceerd werden in het Belgisch Staatsblad van 18 december 20074, kunnen investeringsvehikels ontwikkeld worden op maat van institutionele beleggers en dit onder de vorm van “Institutionele ICB met een veranderlijk aantal rechten van deelneming”. Deze institutionele fondsen zijn niet-openbare fondsen die dienen aangemeld te zijn bij de FOD Financiën.
Deze institutionele fondsen dienen niet verward te worden met de openbare fondsen met niet-retail aandelenklassen, die zijn aangemeld bij de FSMA.

Eind september 2017 vertegenwoordigden de 165 institutionele compartimenten naar Belgisch recht 17,1 miljard EUR aan netto actief. Deze fondsen spreken vele institutionele beleggers aan, mede doordat zij diepgang geven aan de institutionele markten op het vlak van financiële activa en pensioenvorming.

Meer informatie:

Meer informatie kan worden verkregen via de vertegenwoordiging voor BEAMA, zijnde:

of via de algemene perscontacten van Febelfin, zijnde:

Deze en andere statistieken betreffende de ICB-sector, zijn beschikbaar op de website van de BEAMA (www.beama.be) onder de rubriek ‘Statistieken’.


Conform de lijst van openbare instellingen voor collectieve belegging op de FSMA website.
BEAMA definieert retail aandelenklassen als zijnde aandelenklassen die mogen aangeboden worden aan particulieren, waarbij de minimale (initiële) inleg niet meer bedraagt dan 100.000 EUR en waarbij er geen bijkomende voorwaarden worden opgelegd door de beheerder van het fonds. Tijdens de eerste jaarhelft van 2016 werden zodoende technische verfijningen in de statistieken van BEAMA doorgevoerd.

De regering besliste om de anticipatieve heffing op pensioenspaarfondsen te verlagen van 10 % naar 8 %. Tegelijkertijd wordt er wel voorzien in een versnelde inning van de anticipatieve heffing. Concreet houdt deze versnelde inning van de anticipatieve heffing in dat tijdens 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 de pensioenspaarders 1 % anticipatieve heffing vervroegd moeten betalen op hun opgebouwde kapitaal per einde 2014. Op 60 jarige leeftijd zal het resterende saldo ingehouden worden.
4 Daarnaast bestaan nog andere niet openbare fondsen die privaat geplaatst worden.

Meer over:

Feestdagen zonder zorgen? Betaal veilig en elektronisch!

14/12/2017

De feestdagen staan opnieuw voor de deur. De laatste dagen van december worden traditioneel gekenmerkt door veel betalingen. Vorig jaar belandde 23 december op de eerste plaats in het klassement van hoogste aantal kaartbetalingen: de bankkaart werd toen meer dan 8 miljoen keer bovengehaald. Maar misschien betaalt u wel liever mobiel of online. Wij zetten alvast een aantal tips op een rijtje zodat al uw betalingen tijdens de feestdagen vlot verlopen! 

Uitstaand bedrag krediet aan ondernemingen bereikt recordbedrag van 145,5 miljard EUR

13/12/2017

Nooit eerder stond er zoveel krediet aan ondernemingen uit als eind september 2017: de omloop aan ondernemingskredieten steeg tot 145,5 miljard EUR. Tegenover een jaar eerder is dat een toename van 6,4%. De voorbije maanden stijgt het ondernemersvertrouwen. Dat vertaalt zich in meer aanvragen voor ondernemerskredieten, zowel in aantal (5%) als bedrag (0,5%).

12/12/2017

Op woensdag 3 januari treedt de beleggersrichtlijn MiFID II in werking. Kortweg kunnen we zeggen dat het een Europese richtlijn betreft die de spelregels vastlegt die financiële instellingen moeten volgen als ze beleggingsproducten aanbieden of als ze daarover advies geven. Maar over MiFID is zoveel meer te vertellen.

In drie episodes maken we u compleet wegwijs. Vandaag: waarom is MiFID II een goede zaak voor de belegger?

Wat verandert MiFID II op het vlak van complexe producten?

MiFID II zorgt ervoor dat meer beleggingsproducten als complex worden beschouwd. Voor dergelijke producten gelden strengere regels: een financiële instelling mag u die alleen nog aanbieden als ze is nagegaan dat u over de nodige kennis en ervaring beschikt om in zo een product te beleggen. U zal uw financiële instelling dus niet zomaar de opdracht kunnen geven om voor u een complex product aan te kopen.

Er bestond in België toch een Moratorium op complexe producten?

Dat klopt. In 2011 ondertekenden bijna alle financiële instellingen in België het zogenaamde Moratorium op de commercialisering van bijzonder ingewikkelde financiële producten. Daarmee riep de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de financiële sector op om aan particuliere beleggers geen bijzonder ingewikkelde producten te verkopen.

MiFID II vervangt dat Moratorium niet. Voor bijzonder ingewikkelde producten blijft het gelden. Voor minder ingewikkelde producten die niet onder het Moratorium vallen, maar toch niet voor elke belegger zijn weggelegd, gelden voortaan wel strengere regels onder MiFID II.

Wat heb ik als klant aan een versterkte product governance?

Financiële instellingen zullen strengere procedures moeten opzetten om ervoor te zorgen dat de juiste producten bij het gepaste doelpubliek terecht komen.

Hoewel de meeste financiële instellingen in België dat al uit eigen beweging deden, verplicht MiFID II hen nu om:

  • Voor alle producten die ze aanbieden een duidelijke doelgroep te omschrijven (bv. particuliere beleggers met een beleggingshorizon van drie jaar). Ze mogen enkel producten aanbieden waarvan de eigenschappen passen bij de doelgroep.
  • Ervoor te zorgen dat alle producten hun hele levensloop blijven overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de doelgroep. Stelt een financiële instelling vast dat een product niet meer overeenstemt met de doelgroep, dan moet ze maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt aangepast en dat de producten niet langer worden verkocht aan de oorspronkelijke doelgroep.

MiFID II komt met een nieuw type beleggingsdienst: onafhankelijk beleggingsadvies. Wat is dat?

MiFID II maakt inderdaad een onderscheid tussen onafhankelijk beleggingsadvies en niet onafhankelijk beleggingsadvies.

Uw financiële instelling zal voortaan moeten duidelijk maken welk type beleggingsadvies zij aanbiedt. Beide diensten zijn op zich evenwaardig. Een instelling kan zelfs tegelijk onafhankelijk en niet onafhankelijk beleggingsadvies aanbieden. Wel zal een onafhankelijke beleggingsadviseur een aantal extra maatregelen moeten nemen om aan zijn klanten te garanderen dat hij zijn advies niet beperkt tot eigen producten, en hij geen financiële prikkels krijgt om eigen producten te adviseren in plaats van producten van derde partijen.

Onafhankelijk advies

Zegt uw bank of beleggingsonderneming dat ze u onafhankelijk beleggingsadvies verstrekt, dan moet ze een brede waaier aan beleggingsproducten op de markt onderzoeken voordat ze u één of meerdere producten daarvan aanraadt, en gelden een aantal bijkomende regels om ervoor te zorgen dat het advies daadwerkelijk volledig onafhankelijk is.

Niet onafhankelijk advies

Een financiële instelling kan er ook voor kiezen om advies te geven dat niet onafhankelijk is. Daar is niets mis mee. Het betekent enkel dat uw financiële instelling bij haar beleggingsadvies niet noodzakelijk producten van andere financiële instellingen in aanmerking zal nemen, maar zich mogelijk beperkt tot producten die zij zelf heeft ontwikkeld. Uw financiële instelling zal u daarover moeten informeren. Maar ook in dat geval zal zij moeten nagaan of het product geschikt is voor u.

Er gelden nieuwe regels rond commissies die financiële instellingen mogen betalen of ontvangen als zij beleggingsdiensten verlenen. Wat houden die in?

Wanneer een financiële instelling een financieel product verkoopt, zal zij daarvoor vaak een vergoeding ontvangen van de fabrikant van het product, meestal onder de vorm van een commissie. Onder MiFID II zullen financiële instellingen alleen nog onder strenge voorwaarden een commissie kunnen ontvangen of betalen.  

Waarom? Omdat het gevaar bestaat dat er belangenconflicten ontstaan. Een financiële instelling zou immers geneigd kunnen zijn om producten aan te bieden die haar een hogere commissie opleveren, maar die minder geschikt zijn voor de klant. Inducements waren al geregeld onder MiFID I, maar die regels worden aanzienlijk verstrengd.

Commissies of andere geldelijke/niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn in principe verboden in het kader van vermogensbeheerdiensten of onafhankelijk beleggingsadvies. Ontvangt een financiële instelling toch nog commissies, dan moet ze die doorstorten aan de klant.

Commissies of andere geldelijke/niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn wel toegestaan voor andere diensten dan vermogensbeheer of voor niet-onafhankelijk beleggingsadvies. Voorwaarde is wel dat de financiële instelling kan aantonen dat die commissie de kwaliteit van de dienstverlening aan de klant ten goede komt, bv. door de klant digitale tools te bezorgen waarmee hij zijn beleggingsportefeuille beter kan opvolgen.

Wat is de zorgplicht en wat verandert MiFID II op dat vlak?

Als financiële instellingen beleggingsdiensten aanbieden, moeten ze zich altijd op een loyale, eerlijke en professionele wijze inzetten voor hun klanten. Die norm wordt ook wel de zorgplicht genoemd.

Diezelfde plicht bestond ook al onder MiFID I. Onder MiFID II wordt ze vanaf 2018 verder uitgebreid. Het algemene principe blijft ongewijzigd, maar financiële instellingen zullen nog meer dan vroeger in het belang van de klant moeten handelen. Concreet betekent dat het volgende:

  • Ze moeten hun klanten uitgebreidere informatie bezorgen over de kosten van de diensten en producten die ze aanbieden.
  • Ze moeten hun klanten een schriftelijk rapport overhandigen over het beleggingsadvies dat ze hebben verstrekt.
  • Bij de ontwikkeling van nieuwe producten moet de doelgroep bepaald zijn.

Verder zijn ze verplicht om voldoende voorzichtigheid aan de dag leggen. Ze moeten zich informeren over de financiële situatie en de wensen van hun klanten en hen dan adequaat informeren. Ook de informatie die de klant hen geeft, moeten ze controleren. Op basis daarvan kunnen ze waar nodig beslissen om de gevraagde diensten niet te verstrekken.

Hoe zorgt MiFID II voor betere informatieverstrekking?

Financiële instellingen zullen u beter moeten informeren over de aard van hun diensten. Zij moeten u op voorhand laten weten of ze onafhankelijk beleggingsadvies verstrekken, dus of ze een brede analyse maken van de verschillende soorten financiële instrumenten.

Adviseren ze u een bepaald product, dan zullen de financiële instellingen schriftelijk moeten verantwoorden waarom dat product precies aan uw beleggingsdoelstellingen voldoet (in een zogenaamd ‘geschiktheidsverslag’).

Eenmaal ze beleggingsadvies verstrekt hebben en u een product heeft aangekocht, zullen de financiële instellingen ook moeten aangeven of ze dat product zullen blijven opvolgen en nagaan of het product aansluit bij uw beleggersprofiel. U moet ook weten hoe vaak ze dat zal doen en hoe dat concreet zal verlopen.

Meer transparantie over kosten. Wat houdt dat in?

MiFID II wil ervoor zorgen dat de klant nog beter dan vroeger begrijpt welke kosten hij betaalt voor de aankoop van een product of dienst. Daarom moeten alle kosten die verband houden met de verlening van beleggingsdiensten en met beleggingsinstrumenten worden samengevoegd. Op die manier ziet de klant welke impact die kosten hebben op het rendement van zijn investering.

De financiële instelling moet dat samengevoegd geheel uitdrukken in één bedrag (zowel in contanten als in de vorm van een percentage). Dit zal overzichtelijk worden weergegeven in een illustratie (bv. grafiek) met bijhorende toelichting.

Meer vorming en opleiding voor het personeel. Is dat nodig?

In België moet het personeel bij de financiële instellingen al aan uitgebreide opleidingsvereisten voldoen. Zij moeten opleiding volgen over beleggingsproducten en beleggingsdiensten en worden daarop getest via opleidingsprogramma’s die werden goedgekeurd door de FSMA. Op dit vlak verandert MiFID II niet zoveel voor de Belgische markt. Werknemers die in contact komen met klanten zullen voortaan wel nog beter de essentiële kenmerken van de aangeboden producten moeten kennen, begrijpen en toelichten aan de klant (bv. of het product kapitaalbescherming biedt, wat de fiscale behandeling is van de opbrengsten, wat er gebeurt als de rente schommelt, wat gepaste beleggingstermijn is, …).

Versterkt toezicht, hoezo?

De Europese en nationale financiële toezichthouders krijgen via de MiFID II-regelgeving nieuwe bevoegdheden waarmee ze hun toezichtsbeleid verder kunnen verscherpen.

Vanaf 3 januari zullen de toezichthouders financiële instellingen kunnen verbieden om bepaalde beleggingsproducten aan te bieden op de markt. Dat kan natuurlijk niet zomaar, ze moeten daarvoor een gegronde reden hebben: bijvoorbeeld een product is te complex voor een bepaald type belegger, waardoor die onvoldoende beschermd dreigt te zijn. Een nationale toezichthouder moet voor een dergelijke beperking wel eerst afstemmen met de Europese toezichthouders. 

Komen er strengere sancties?

Ja, de toezichthouders krijgen meer mogelijkheden om financiële instellingen die de nieuwe regels niet respecteren, te sanctioneren. Zo kunnen ze hogere boetes opleggen (tot wel 5 miljoen EUR). De toezichthouders zullen ook sneller bekend kunnen maken dat zij een sanctie hebben opgelegd. Dat moet een afschrikwekkend effect hebben voor financiële instellingen die het niet nauw nemen met de regels, aangezien zij zo aanzienlijke reputatieschade kunnen oplopen.

Klopt het dat een rechtspersoon voor bepaalde financiële transacties over een registratienummer zal moeten beschikken?

Ja, MiFID II voorziet dat banken en beleggingsondernemingen die transacties in financiële instrumenten verrichten, deze transacties moeten melden aan de bevoegde autoriteit (in België is dat de FSMA), en dit uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag. Het doel hiervan is toezichthouders toe te laten om sneller instellingen te kunnen opsporen die betrokken zijn bij frauduleuze transacties, zoals misbruik van voorkennis of koersmanipulatie.

Een van de elementen die een financiële instelling moet melden is de identiteit van de opdrachtgever van de transactie. Voor een natuurlijk persoon volstaat het rijksregisternummer als identificatie, maar voor een rechtspersoon is voortaan een LEI of Legal Entity Identifier nodig: een alfanumerieke code met 20 tekens die op een duidelijke en unieke wijze elke juridische entiteit identificeert die actief is op de financiële markten.

Zonder LEI zullen rechtspersonen geen verrichtingen meer kunnen uitvoeren in financiële instrumenten.

Rechtspersonen kunnen een LEI verkrijgen bij een LEI-verstrekker: een organisatie die daartoe is gemachtigd door de Global LEI Foundation (GLEIF).

Op dit moment zijn volgende LEI-verstrekkers in België gevestigd:

Belgische rechtspersonen kunnen er ook voor kiezen om bij een buitenlandse aanbieder een LEI aan te vragen. Een overzicht van alle LEI-verstrekkers is te vinden op de website van de GLEIF: https://www.gleif.org/en/about-lei/how-to-get-an-lei-find-lei-issuing-or....

Waarom bevat MiFID II regels voor telefoongesprekken en elektronische communicatie?

Financiële instellingen moeten onder MiFID II telefoongesprekken en elektronische communicatie (zoals videogesprekken) opnemen en bewaren die betrekking hebben op het ontvangen, doorgeven en uitvoeren van cliëntorders.

Dat moet de toezichthouders helpen om beter te controleren of financiële instellingen hun verplichtingen naleven bij het verlenen van beleggingsdiensten.

Lees ook deel 1 van de reeks: wat is MiFID II?

Meer over:

Pagina's