Wijzigingen op financieel gebied 2013

18/12/2012

In de loop van 2013 komen er voor bankcliënten een aantal wijzigingen op het gebied van fiscaliteit, migratie naar de Europese domiciliëring, gereglementeerde spaardeposito’s en de nulstellingsverplichting inzake kredietopeningen.

Om consumenten zo goed mogelijk in te lichten, wenst Febelfin een overzicht te geven van de belangrijkste wijzigingen die volgend jaar in werking zullen treden. De datum van inwerkingtreding van de meeste van die wijzigingen is nu al gekend. Hoe dan ook zullen ook de andere wijzigingen volgen in de loop van 2013.

 

Automatische aanpassing van de belastingbedragen

Naar jaarlijkse gewoonte zullen verscheidene bedragen in het Wetboek op de inkomstenbelasting worden geïndexeerd al naargelang de inflatie. Het gaat daarbij meer bepaald om de gereglementeerde spaardeposito’s, het pensioensparen en de belastingvoordelen bij het aangaan van een hypothecair krediet. De definitieve bedragen zullen pas begin 2013 gekend zijn.

 

Nieuwe fiscale maatregelen

De regering heeft besloten dat vanaf het inkomstenjaar 2013 een eenvormig tarief van 25% roerende voorheffing op intresten en dividenden wordt ingevoerd dat opnieuw bevrijdend zal zijn.

Er verandert echter niets aan de regels en tarieven voor de gereglementeerde spaardeposito’s. De eerste schijf interesten tot een bedrag van 1.830 EUR (te indexeren bedrag, vermoedelijk 1.880 EUR voor het inkomstenjaar 2013) is vrijgesteld en de interesten boven dit bedrag worden belast tegen 15%. Ook het tarief voor de staatsbons ‘Leterme’ blijft behouden op 15% en dat voor de liquidatieboni op 10% (1).

Voor de dividenden van residentiële vastgoedbevaks komt het tarief voor de roerende voorheffing nu op 15% te liggen. Voordien bedroeg dit 0%.

 

Migratie naar de Europese domiciliëring

Volgens de Europese regelgeving moeten alle overschrijvingen en domiciliëringen tegen 1 februari 2014 voldoen aan de SEPA-normen (2).

In de eerste maanden van 2013 zullen leveranciers die nog de Belgische domiciliëring (DOM’80) aanbieden, overstappen op het gebruik van de Europese domiciliëring (SDD of SEPA Direct Debit).

Iedereen zal aanspraak kunnen maken op dezelfde bescherming en rechten (bijv. het recht op terugstorting) als vroeger. Het enige wat verandert, is de eventuele opzegging van mandaten. Mandaten van Europese domiciliëringen worden immers beheerd door de leveranciers/schuldeisers en niet meer door de bank. Wie een domiciliëringsmandaat wenst stop te zetten, zal bijgevolg zijn leverancier/schuldeiser daarvan op de hoogte moeten brengen en niet meer zijn bank.

De cliënten kunnen bij hun bank terecht voor meer informatie.

Zie ook www.sepabelgium.be.

 

Regels betreffende de gereglementeerde spaardeposito’s

In juli 2012 werd tussen de ministers van Economie en Financiën, de FSMA en Febelfin een principeakkoord bereikt dat nog meer transparantie inzake de spaaraanbiedingen moet bewerkstelligen. De wijzigingen behelzen onder meer:

  • De bijsturing van bepaalde elementen inzake de werking en berekening van de getrouwheidspremie en de basisrente (bijvoorbeeld trimestriële bijschrijving van verworven getrouwheidspremie);
  • Een beperking van het aantal aangeboden spaardepositoformules per bank;
  • De invoering van een intrestsimulator toegankelijk op de website van de FSMA;
  • De terbeschikkingstelling, door iedere bank, van een intrestcalculator voor de klanten
  • De aanbieding van een gestandaardiseerde productfiche wanneer een spaarder een spaarrekening opent;
  • Meer gedetailleerde regels die de banken moeten naleven wanneer ze reclame voor hun spaardeposito-aanbiedingen maken, enz.

Aan de concrete invulling van de elementen van het principeakkoord wordt momenteel intensief gewerkt door de FSMA, in samenwerking met de sector. Niet alle onderdelen zullen op hetzelfde moment in werking treden, gezien de noodzakelijke voorbereidingswerkzaamheden en omdat soms overgangsregelingen moeten worden gehanteerd. Er wordt voorzien in een toepassingskalender die over 2013 en 2014 zal worden gespreid.

 

Nulstellingsverplichting inzake kredietopeningen

Vanaf 1 januari 2013 wordt de nulstellingsverplichting aangepast en uitgebreid voor kredietopeningen van onbepaalde duur of met een looptijd van meer dan vijf jaar. De nulstellingsverplichting is de verplichting om het totaal terug te betalen bedrag op 0 te brengen. De termijn voor de nulstelling begint te lopen vanaf het moment dat de cliënt onder 0 gaat.

De verplichting geldt bijvoorbeeld voor rekeningen waarmee in het rood kan worden gegaan, voor kredietopeningen bij handelaars of voor revolving-kredieten.

Tot nu toe was de nulstellingsverplichting van toepassing enkel op kredietopeningen zonder periodieke terugbetaling van kapitaal (3). Vanaf begin 2013 zal de verplichting ook gelden voor kredietopeningen met periodieke terugbetaling van kapitaal. Bovendien zullen de maximumtermijnen voor nulstelling aangepast worden.

Hieronder een overzicht van de maximale nulstellingstermijnen die vanaf 1 januari 2013 van toepassing zullen zijn voor kredietopeningen met en zonder periodieke terugbetaling van kapitaal. De termijnen zijn in beide gevallen afhankelijk van het maximaal op te nemen bedrag (kredietbedrag).

a) Kredietopeningen zonder periodieke terugbetaling van kapitaal

  • Indien de kredietlimiet (het kredietbedrag) lager is dan of gelijk aan 3.000 EUR: maximumtermijn voor nulstelling van 12 maanden.
  • Indien de kredietlimiet (het kredietbedrag) hoger is dan 3.000 EUR: maximumtermijn voor nulstelling van 60 maanden.

b) Kredietopeningen met periodieke terugbetaling van kapitaal

Voor dit soort kredietopeningen zal de berekening gebeuren per contract op basis van een berekeningsformule in het koninklijk besluit van 4 augustus 1992 (4). Er zal hierbij onder andere rekening gehouden worden met het maximaal op te nemen bedrag, rentevoet, enz.

Het absolute maximum voor kredietopeningen met een kredietlimiet (kredietbedrag) lager dan of gelijk aan 5.000 EUR is een nulstellingstermijn van 60 maanden (5 jaar). Het absolute maximum voor kredietopeningen met een kredietlimiet (kredietbedrag) van meer dan 5.000 EUR bedraagt 96 maanden (8 jaar).

 

Beleggersinformatie

Vanaf 1 januari 2013 moeten zowel de ICB’s zonder (ook Belgo-Belgische fondsen genoemd) als die met een Europees paspoort verplicht gebruik maken van het KII-document (Key Investor Information). Dat document bevat de ‘essentiële informatie voor de belegger’ en moet aan de consument worden bezorgd, vooraleer hij eventueel inschrijft op een beleggingsfonds. Het betreft hier een beknopt overzicht opgesteld door de beheerder van het beleggingsfonds overeenkomstig de geharmoniseerde regels van de European Securities and Markets Authority (ESMA).

Dat document is het meest tastbare resultaat van de UCITS IV-Richtlijn (Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities). De UCITS-Richtlijn is een Europese Richtlijn voor de harmonisering van de regelgeving op beleggingsfondsen die openbaar in de Europese Unie worden verdeeld.

Voor de overige beleggingsproducten zal de Europese harmonisering gebeuren via de Europese Richtlijn PRIPS, waaraan nu wordt gewerkt. De besprekingen zijn aan de gang in het Europees Parlement en in de Europese Raad.

 

Dematerialisering van effecten

Vanaf 1 januari 2014 zullen er in België nog slechts twee soorten effecten bestaan: gedematerialiseerde effecten (in de vorm van een inschrijving op een effectenrekening op naam van de eigenaar, zonder mogelijkheid tot materiële overhandiging) en effecten op naam (in de vorm van een inschrijving in het naamregister van de vennootschap), overeenkomstig de wet van 14 december 2005 tot afschaffing van alle effecten aan toonder.

Vennootschappen die aandelen of obligaties aan toonder hebben uitgegeven, zullen dan ook in 2013 de nodige stappen moeten ondernemen, zoals bijvoorbeeld een aanpassing van hun statuten. Op de overtreding van die wet van 14 december 2005 staan immers strafrechtelijke sancties (boetes die kunnen oplopen tot 100.000 EUR).

Wie nog in het bezit is van effecten aan toonder die zijn uitgegeven door een vennootschap naar Belgisch recht en die effecten nog niet geplaatst heeft op een effectenrekening bij de bank of heeft laten inschrijven in het register van de aandeelhouders, zal vanaf 1 januari 2013 een belasting van 2% in plaats van 1% voor de dematerialisering betalen. Die belasting wordt berekend op basis van de waarde van de effecten en is verschuldigd bij de deponering ervan met het oog op omzetting in gedematerialiseerde effecten of in effecten op naam.

 

(1) Liquidatieboni zijn dividenden die gestort zijn op het moment van de vereffening van een vennootschap.

(2) De SEPA is de ruimte waarin burgers, ondernemingen en overige economische actoren betalingen in euro kunnen uitvoeren en ontvangen, in Europa, binnen of buiten de landsgrenzen, onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechten en verplichtingen, waar ze zich ook bevinden.

(3) Kredietopeningen waarbij enkel rente wordt afgelost en niet het kapitaal. Nulstellingstermijn voor kredietopeningen zonder periodieke terugbetaling van kapitaal, bedraagt tot eind 2012: 5 jaar (60 maanden).

(4) Koninklijk besluit van 4 augustus 1992 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet.

Meer over: